Overslaan en naar de inhoud gaan

tuberculose- latente tuberculose bij behandeling met anti-TNF-α middelen

Algemene opmerkingen

Voor het starten van profylaxe voor tuberculose áltijd overleggen met de TBC-coördinator (Karen Oud, longarts Gelderse Vallei of Evelien Braam, longarts Rivierenland) 

Voor ziekenhuis Gelderse Vallei

De diagnose latente tuberculose infectie wordt gesteld op basis van:

  • Anamnese, middels een gestandaardiseerde vragenlijst
  • Tuberculine Huid Test (THT) 
  • Quantiferontest
  • X-thorax
  • Sputumonderzoek, alleen op indicatie

Interpretatie van de verschillende testen wordt door de longarts gedaan.

De indicatie voor behandeling wordt gesteld door de longarts.

Behandeling:

  • Isoniazide (INH) gedurende 9 maanden met 5 mg/kg/dag (maximale dosering 300mg)
  • Alternatief kan worden gekozen voor de combinatie van INH 5 mg/kg/dag (maximale dosering 300mg) met rifampicine 1 dd 450 of 600mg (afhankelijk van het gewicht van patient) gedurende 4 maanden
  • Vitamine B6 (pyridoxine) is geïndiceerd, indien INH gegeven wordt aan risicopersonen voor neuropathie, aan personen met kans op een deficiënte voeding en aan personen met epilepsie of kinderen met convulsies in de anamnese. Een gebruikelijke dosering is 20 mg per dag bij risicopersonen.
  • Indien er sprake is van een latente infectie met, c.q. contact met, een isoniazide-resistente stam, dan kan gekozen worden voor een medicamenteuze behandeling met rifampicine gedurende 4 maanden.

Voor Ziekenhuis Gelderse Vallei: zie protocol latente tuberculose op Q-portaal

Bronnen

Categorie
Metadata

Swab vid: G-278095.4
Bijgewerkt: 11/19/2021 - 18:45
Status: Published